Fotografiebeginselen

               dieptescherpte   belichting   compositie   macrofotografie   

Dieptescherpte

 

Dieptescherpte ofwel scherptediepte ofwel DOF (Depth of Field) genoemd is het gebied van een

aanvaardbare focus, dat zich uitstrekt voor en achter het punt waarop je scherpstelt.

Kortom is het dus het gebied van het eerste punt in de foto dat scherp is tot het achterste punt in de

foto dat scherp is.

Wanneer je dit beheerst ben je al veel meer in staat om creatiever te fotograferen.

 

Dieptescherpte is afhankelijk van 3 factoren:

 

   1. brandpuntsafstand van de lens.             

   een 24mm-lens geeft meer DOF dan een 105mm lens

   2. Instelling van het diafragma (lensopening).

   kleine diafragma's van bv F8 of F16 geven meer DOF dan grote diafragma's zoals bv 1.4 of 2.8

   3. De afstand tussen camera en het onderwerp van de foto.

   een 50mm lens bijvoorbeeld geeft meer dieptescherpte wanneer het onderwerp op 10 meter

   verwijderd is dan op 2 meter.

 

 Wanneer men veel dieptescherpte wil verkrijgen kan men dus het beste een groothoeklens gebruiken,

het diafragma op bv F16 zetten en niet te dicht op het onderwerp staan.

 Wanneer men weinig dieptescherpte wil verkrijgen, bv om het onderwerp te isoleren van z'n achtergrond,

kan men het beste een telelens gebruiken, het diafragma open zetten op bv F2.8 en niet te ver van het

onderwerp te gaan staan.

 

 Veel dieptescherpte wordt veelal verlangd bij bv landschapsfotografie. We willen dan vaak dat het huisje

op de voorgrond, maar ook de bergen op de achtergrond scherp zijn. We nemen dan dus een

groothoeklens en een klein diafragma. We stellen dan +/- scherp op 1/3 van de totale afstand. Op

sommige camera's is het mogelijk om via een knop in te drukken te zien hoe de dieptescherpte gaat

worden. Het beeld wordt dan wat donkerder doordat het diafragma kleiner wordt. Normaal ziet u door

de zoeker het beeld met open diafragma. Een lichtsterke lens (bv 1.4) geeft dan dus ook een helderdere

zoeker dan bv een 5.6 lens.

Ook bij macrofotografie willen we veel DOF hebben. Doordat men zeer dicht bij het onderwerp is (vaak

maar enkele centimeters) bereiken we dit door een heel klein diafragma te kiezen. Sommige macrolenzen

gaan zelfs tot F45 hiervoor. Probleem dan is dat je erg weinig licht voorhanden hebt en er dus vaak ook

een flitser bij gebruikt wordt.

 

 Weinig dieptescherpte willen we vaak hebben om een onderwerp te isoleren van z'n achtergrond. Het oog wordt dan getrokken naar het onderwerp.Dit zien we veel bij natuurfotografie en portretfotografie.

Het makkelijkst gaat dit met een lichtsterke telelens. Voor portretfotografie wordt meestal een lens gebruikt

met een brandpuntsafstand van tussen de 70mm en 135mm. (DSLR  50mm-90mm)

 


  Bij deze foto stond de otter achter een gaashek. Ik zat met een Nikon AF 70-210 F4
lens zo dicht mogelijk bij het onderwerp.
Door te kiezen voor een diafragma van F4 viel het gaaswerk buiten het DOF en werd de achtergrond (en voorgrond) mooi wazig...
 


Om bij deze macrofoto DOF te verkrijgen werd een diafragma van F32 gekozen.(met flits)


Deze foto werd geschoten met een supertelelens (500mm) op F5.6. Door de vage achtergrond

wordt de huismus geisoleerd van de achtergrond waardoor het oog automatisch naar de mus getrokken wordt.